Verslag studiedag "Landschapskantoren"

Het PVI in Antwerpen ontving de Belgische ergonomievereniging voor een workshop rond landschapskantoren. Om een frisse en snedige invalshoek op dit thema te hebben, werd Freddy Willems gevraagd als moderator. Met discussies en ontwerpoefeningen was de namiddag goed gevuld.

Presentatie landschapskantoren (.pdf)

Het eerste thema draaide rond het verleden: "was het ooit anders?". Hier werd duidelijk dat landschapskantoren niet nieuw zijn, rond 1900 was het zelfs de standaard. De indeling in eilandjes binnen de open ruimte werd reeds in 1937 teruggevonden, waarna ook de evolutie naar cellenkantoren ingezet werd. Vandaag zet de economie terug aan tot open ruimtes. Hierin wordt een evenwicht gezocht tussen functie en emotie, presteren en zich goed voelen op het werk. Toch zijn de uitdagingen voor de toekomst duidelijk: het werk wordt flexibeler, sneller en wisselender. Als ergonoom kan men landschapskantoren niet tegenhouden, maar moet men vooral duidelijk maken waaraan een goed kantoor moet voldoen: voldoende oppervlakte, verstelbaar meubilair en compartimentering om geluidshinder te vermijden. Binnen deze ergonomische krijtlijnen (in het lastenboek) kan de architect zijn creativiteit nog steeds de vrije loop laten. De richtlijnen dienen wel concreet te zijn en praktische studies kunnen de argumentatie kracht bijzetten.

De flexibliteit zal zich nog verder doorzetten: flexibele uren, werkplaatsen, contracten, organisatie... De stap naar thuiswerken en flexwerkplekken is snel gezet. Ondertussen heeft Yahoo het thuiswerken alweer afgeschaft, het loopt dus niet automatisch goed. Thuiswerk klinkt mooi, maar vraagt ook discipline. Op vlak van ergonomie vragen de werkomstandigheden wel de nodige aandacht. Thuis gelden immers dezelfde criteria als op kantoor en wie betaalt dit? Wanneer men moet thuiswerken als bedrijfskeuze, dan lijkt het evident dat de werkgever voorziet in aangepast meubilair. Wanneer de vraag van de werknemer komt, zou men verwachten dat dit pas kan als hij kan aantonen dat hij over een aangepaste werkplek beschikt (geïsoleerde werkkamer en meubilair op maat). Of moet de werkgever dit toch doen, door bvb de ecocheques te vervangen door "ergo"cheques?
Uit de discussie rond voorwaarden van een flexwerkplek, kwam volgend lijstje naar voor:
- verstelbaar meubilair
- basisuitrusting: scherm, toetsenbord en muis staan klaar
- standaard stoel: maakt instructies éénduidig
- stoel met gewichtsherkenning (vermits deze instelling minst wordt gebruikt en toch belangrijk is)
- individuele en verstelbare tafel

Tot slot werd ook de evolutie in kantoormeubilair onder de loep genomen. Er moet meer bewogen op het werk, dus de loopband en fietsen staan al klaar om al bewegend te werken. Hoever kan men echter gaan? Grove motoriek en fijne motoriek gaan immers niet samen. Muizen zal moeilijker gaan. Hetzelfde geldt voor lezen en bewegen. Geconcentreerd lezen als men niet stabiel zit, zal minder vlot verlopen. Dynamiek zal dus op een andere manier gerealiseerd moeten worden, door verschillende ruimtes met verschillende houdingen voor verschillende taken.

De conclusie van de studiedag was duidelijk: kantoorergonomie zit in volle ontwikkeling. De ergonoom zal de klassieke tips voor een individueel kantoor moeten aanpassen en vertalen naar deze nieuwe/flexibele situaties met oog voor dynamiek en de omgevingsfactoren.

Verslag: Roeland Motmans