Statuut preventieadviseur ergonomie

De preventieadviseur ergonomie bestaat, maar heeft geen taken. VerV vraagt daarom aan de wetgever om het statuut van preventieadviseur ergonomie gelijk te trekken voor interne en externe preventiediensten en ook de taken te omschrijven waarvoor hij/zij bevoegd is.

Vaststselling 1. De preventieadviseur ergonomie bestaat in de EDPBW, maar niet in de IDPBW
De preventieadviseur ergonomie dient aanwezig te zijn binnen een EDPBW. De wetgeving voorziet een aantal basisvoorwaarden (kort samengevat ‘masterdiploma’) en het met vrucht beëindigen van de opleidingen ‘multidisciplinaire basismodule tot preventieadviseur’ en een ‘specialisatiemodule ergonomie.’

Binnen de IDPBW kan de werkgever bepalen welke deskundigheden in de interne preventiedienst aanwezig moeten zijn (art. 14), ergonomie kan hier één van deze deskundigheden zijn. Er wordt niet gespecifieerd op welke manier deze deskundigheid aangetoond kan worden binnen de IDPBW. Om erkend te zijn als ‘preventieadviseur’ binnen een IDPBW dient deze ook een aanvullende vorming niveau 1 of 2 gevolgd te hebben: een interne ‘preventieadviseur ergonomie’, die niet beschikt over een attest niveau 1 of 2 kan dus geen preventieadviseur zijn in een interne preventiedienst en kan dus ook geen bescherming genieten om de onafhankelijkheid van de beoordelingen en de adviezen te garanderen.

Vaststelling 2. De preventieadviseur ergonomie heeft geen taken
De preventieadviseur ergonomie is de enige – door de wetgever gedefinieerde -   preventieadviseur die geen taken heeft. In geen enkel KB wordt verwezen naar een activiteit die door de preventieadviseur ergonomie dient uitgevoerd te worden. Ter illustratie: in het KB thermische omgevingsfactoren wordt in art. 3 § 2 verwezen naar ‘de preventieadviseur arbeidsgeneesheer of  de preventieadviseur arbeidshygiëne’, die advies dient te geven over de ‘gebruikte meet- en berekeningsmethode’.

Aanbevelingen
De VerV gaat er van uit dat de wetgever heeft voorzien dat de preventieadviseur ergonomie ‘bestaat’, voornamelijk als expert van fysieke belasting, ter ondersteuning van de ondernemingen bij de preventie van musculoskeletale aandoeningen. De VerV is daarom vragende partij om in volgende KB’s een duidelijke taak voor de preventieadviseur ergonomie vast te leggen:

KB werken met beeldschermen
- de preventieadviseur ergonomie geeft advies over de te gebruiken analysemethode
- de preventieadviseur ergonomie geeft advies over de voorgestelde maatregelen

KB manueel hanteren van lasten
- de preventieadviseur ergonomie geeft advies over de te gebruiken analysemethode
- de preventieadviseur ergonomie geeft advies over de voorgestelde maatregelen

KB arbeidsplaatsen:
verlichting
- de preventieadviseur ergonomie geeft advies over de te gebruiken analysemethode
- de preventieadviseur ergonomie geeft advies over de voorgestelde maatregelen

werkzitplaatsen en rustzitplaatsen
- de preventieadviseur ergonomie geeft advies over de te gebruiken analysemethode
- de preventieadviseur ergonomie geeft advies over de voorgestelde maatregelen

De VerV is vragende partij om vast te leggen dat een interne preventieadviseur deskundig is op gebied van ergonomie, indien deze met vrucht de aanvullende specialisatieopleiding ergonomie heeft gevolgd. Bijkomend dient een preventieadviseur ergonomie ook binnen een IDPBW erkend te kunnen worden als ‘preventieadviseur’. Tegelijk pleit VerV bij de inrichters van de opleidingen preventieadviseur om het oude niveau II als basis voor alle preventieadviseurs te voorzien. Zo is de interne ergonoom steeds beschermd.